|

Hanneke is nog klein. Als ze 's
morgens wakker word en uit haar
bedje stapt,
loopt ze naar beneden. Ze vraagt
aan mama of ze kan helpen.
Mama antwoordt altijd; denk je
niet dat je daar nu een beetje
laat mee bent.?
En elke dag gaat Hanneke vroeger
uit bed. Maar altijd hetzelfde
liedje.
Dan krijgt ze en klap. Dat ze
weer niet geholpen heeft.
Dan gaat ze naar school. Ze moet
alleen lopen. Mama is te moe om
mee te lopen.
Ze loopt onderweg dan stiekem
met haar vriendinnetje en haar
moeder mee.
De mama van Hanneke Doet dat
niet voor Hanneke. Het is
Hanneke maar
Dan komt Hanneke thuis. Een
boterhammetje eten.
Mama legt de boterham klaar. Een
droge boterham.
Meer krijgt Hanneke niet. Het is
Hanneke maar.
Melk nee, Natuurlijk niet! Het
is Hanneke maar.
Water veel voordeliger.
Dan moet ze weer naar school.
Alleen. Zonder mama.
Met vriendinnetje en mama mee.
Meestal met rode ogen van het
huilen.
Hanneke had haar moeder niet
goed genoeg geholpen.
Voor straf moest ze 's middags
na school helpen.
Ze moet stofzuigen en afwassen.
Elke middag gaat het zo.
Het vriendinnetje en haar moeder
durven niks over de rode ogen
van Hanneke te zeggen
of te vragen.
Dan is de school uit. Hanneke
heeft haar mama geholpen.
Mama was een beetje meer
tevreden.
Maar voor de straf kreeg ze nog
een klap. Ze moet het afleren.
Stoute Hanneke.
Dan komt papa thuis.
Hanneke staat hem altijd al op
te wachten.
In de hoop hem te knuffelen. dan
krijgt ze een pak slaag minder.
Haar vader wordt heel erg boos
en zegt: HANNEKE JE STAAT IN DE
WEG!
Hanneke gaat huilen. Papa wordt
nog bozer. Pak slaag voor
Hanneke.
Hanneke rent naar boven. Elke
keer gebeurd het weer.
Ze schuilt in een hoekje. Papa
pakt haar op en gooit haar tegen
de muur.
Autsj. Hanneke.
Normaal begon ze te huilen. Nu
niet. Ze bleef roerloos liggen.
In de houding zoals ze
gisterenavond terecht kwam,
ligt ze nu nog. Hanneke.
Vermoord.
Mishandeld.
De rode ogen. Het vriendinnetje
en haar moeder.
Hadden ze er maar iets over
gezegd.
Dan had het zo ver niet hoeven
komen.
Te laat.
Voor Hanneke.
STOP KINDER MISHANDELING!
Praat erover.
Als je een vermoeden hebt of wat
dan ook.
Voor het te laat is.
Sluit je ogen niet
Kopier dit verhaal. Zet het op
je site! Uit RESPECT.!

Als u een vermoeden heeft dat
een kind mishandeld wordt,
doe dan iets. Praat met de
mensen uit de omgeving van het
kind en vraag naar hun indruk.
Dit kunnen op school de collega
leerkrachten zijn, de
schoolarts, intern begeleider.
In een thuissituatie kunnen het
de buren, buurtkinderen,
vrienden of de wijkagent zijn.
Neem bij twijfel contact op met
het Advies en Meldpunt
Kindermishandeling.
Deze instantie weet waar ze op
moeten letten en hoe het kind
geholpen kan worden.
Geef het kind uw vertrouwen en
aandacht, zodat het kind weet
dat het bij iemand terecht kan.
Als een kind u vertelt dat hij
mishandeld wordt, neem hem dan
serieus.
Luister naar zijn verhaal en
laat merken dat u het erg vindt.
Vertel het kind dat het niet
zijn schuld is en dat hij niet
de enige is die zoiets meemaakt.
Zeg dat het moedig en verstandig
is dat hij erover praat en dat u
hem zult helpen.
Beloof geen geheimhouding, maar
zeg dat u niets zal ondernemen
zonder zijn toestemming.
Probeer het kind te motiveren om
samen hulp te zoeken,
bijvoorbeeld door de
mishandeling te melden bij het
AMK.

----------------
|